mercredi 12 août 2020

De v.t.t. (voltooid tegenwoordige tijd), het perfectum; le passé composé / de o.v.t. (onvoltooid verleden tijd), het imperfectum, het preteritum / oefening; exercice (3) / grammatica; grammaire / Nederlands; néerlandais

  • Emploi du passé composé / Gebruik van de v.t.t. (voltooid tegenwoordige tijd), gebruik van het perfectum
  • Effet ou résultat dans le moment présent / Werking of resultaat op het tegenwoordige ogenblik
  • Exercice grammatical / Grammatica-oefening
  • Formation du participe passé / Vorming van het voltooid deelwoord, vorming van het participium
---------------
 Grammatica-oefening  Exercice de grammaire 

 De v.t.t. (voltooid tegenwoordige tijd), het perfectum 
Herhaling van de grammaticale regel : werking of resultaat op het tegenwoordige ogenblik

 Le passé composé 
Rappel de la règle grammaticale : effet ou résultat dans le moment présent

Zet de werkwoorden (verba) in de v.t.t. (de voltooid tegenwoordige tijd = het perfectum).
Mets les verbes au passé composé.

01) Ik  ....................  de film  ....................  (zien), maar ik herinner me het einde niet meer.
➛ woordenschat : zich herinneren : se souvenir, se rappeler

02) Ik  ....................  de krant  ....................  (lezen), nu ga ik aan mijn werk beginnen.
➛ woordenschat : de krant : le journal

03) Hij  ....................  de hele dag  ....................  (fietsen). Hij wil even uitrusten en nog lekker genieten van de zon.
➛ woordenschat : uitrusten : se reposer / genieten (van) : profiter (de)

04) Ik  ....................  nu genoeg  ......................  (eten).

05) De leerling kent zijn les niet goed omdat hij  ....................  ....................  (zijn).

06) Ik  ....................  vanmorgen al één hoofdstuk  ....................  (leren). Het is tijd voor een pauze !
➛ woordenschat : het hoofdstuk : le chapitre

07) Ik  ....................  hem  ....................  (bellen). Hij is op komst !
➛ woordenschat : op komst zijn : devoir arriver d'un moment à l'autre, être sur le point d'arriver

08) Mevrouw Kok is zeer ongerust omdat haar dochter  ....................  in de stad  ....................  (gaan) winkelen, maar is nog steeds niet terug.
➛ woordenschat : ongerust : inquiet / winkelen : faire du lèche-vitrine(s), faire du shopping

09) Ze  ....................  twee jaar geleden in Amsterdam  ....................  (wonen), maar  ....................  nog nooit bij Madame Tussauds  ....................  (zijn). Daar zou ze graag nog een keer naartoe willen gaan.
➛ woordenschat : Madame Tussauds = het Museum Madame Tussaud [wassenbeeldmuseum : musée de cire]

10) Sinds een week  ....................  je geen enkele sigaret  ....................  (roken). Je moet volhouden !
➛ woordenschat : volhousen : tenir le coup, persévérer
---------------

OPLOSSINGEN  /  SOLUTIONS 

01) Ik heb de film gezien, maar ik herinner me het einde niet meer.
02) Ik heb de krant gelezen, nu ga ik aan mijn werk beginnen.
03) Hij heeft de hele dag gefietst. Hij wil even uitrusten en nog lekker genieten van de zon.
04) Ik heb nu genoeg gegeten.
05) De leerling kent zijn les niet omdat hij ziek geweest is / is geweest.
06) Ik heb vanmorgen al één hoofdstuk geleerd. Het is tijd voor een pauze !
07) Ik heb hem gebeld. Hij is op komst !
08) Mevrouw Kok is zeer ongerust want haar dochter is in de stad gaan winkelen, maar is nogs steeds niet terug.
09) Ze heeft twee jaar geleden in Amsterdam gewoond, maar is nog nooit bij Madame Tussauds geweest. Daar zou ze graag nog een keer naartoe willen gaan.
10) Sinds een week heb je geen enkele sigaret gerookt. Je moet volhouden !
---------------
Pinterest : Oefening : de v.t.t., het perfectum; le passé composé / format JPEG
Doctissimo : Exercice : de v.t.t., het perfectum; le passé composé /jpeg-formaat
-
Oefening : de v.t.t., het perfectum; le passé composé / format PDF

lundi 3 août 2020

De o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd), het presens; le présent, l'indicatif présent + bijwoorden, adverbia; adverbes : net, pas, juist / grammatica-oefening; exercice de grammaire (3) / Nederlands; néerlandais

  • Emploi du présent, emploi de l'indicatif présent (présent de l'indicatif) / Gebruik van de o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd), gebruik van het presens
  • Adverbes : pas, net, daarjuist, zojuist / Bijwoorden, adverbia : pas, net, daarjuist, zojuist
  • Exercice grammatical / Grammatica-oefening
  • Conjugaison / Vervoeging, conjugatie
---------------
 Grammatica-oefening  Exercice de grammaire 

 De o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd), het presens  Le présent, l'indicatif présent 

+ bijwoorden, adverbia / adverbes :
pas, net, daarjuist, zojuist 

Ter herinnering : het nabije verleden kan soms uitgedrukt worden door de o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd) of het presens
Pour rappel : le passé récent peut parfois s'exprimer à l'aide du présent.

Zet de werkwoorden (verba) in de o.t.t. (de onvoltooid tegenwoordige tijd = het presens).
Mets les verbes au présent.

01) Ik  ....................  (horen) daarjuist dat de trein gederailleerd is.
➛ woordenschat : horen : apprendre, entendre dire

02) Ik  ....................  (realiseren) me zojuist dat ik geen echte vrienden meer  ....................  (hebben).
➛ woordenschat : zich realiseren : se rendre compte (de), réaliser / echt : vrai

03) Je  ....................  (zeggen) net het tegenovergestelde !
➛ woordenschat : het tegenovergestelde : le contraire

04) De politie  ....................  zojuist  ...................  (bekendmaken) dat het slachtoffer een 42-jarige man uit Delft  ....................  (zijn).
➛ woordenschat : bekendmaken : annoncer / het slachtoffer : la victime

05) Ze  ....................  (begrijpen) pas dat haar collega oneerlijk  ....................  (zijn).
➛ woordenschat : oneerlijk : malhonnête

06) We  ....................  (horen) net dat hij een ongeluk heeft gehad.
➛ woordenschat : het ongeluk : l'accident

07) Het  ....................  (zijn) een heel ander verhaal dan wat jij zojuist  ....................  (beweren) !
➛ woordenschat : het verhaal : l'histoire / beweren : prétendre

08) Ik  ....................  (vernemen) pas dat de twee tennisspeelsters binnenkort een wedstrijd tegen elkaar zullen spelen.
➛ woordenschat : vernemen : apprendre / binnenkort : prochainement / de wedstrijd : le match, la rencontre
---------------
OPLOSSINGEN  SOLUTIONS 

01) Ik hoor daarjuist dat de trein gederaillerd is. [Je viens d'apprendre que le train a déraillé.]
02) Ik realiseer me zojuist dat ik geen echte vrienden meer heb. [Je viens de réaliser que je n'ai plus de vrais amis.]
03) Je zegt net het tegenovergestelde ! [Tu viens de dire le contraire !]
04) De politie maakt zojuist bekend dat het slachtoffer een 42-jarige man uit Delft is. [La police vient d'annoncer que la victime est un homme de 42 ans, originaire de Delft.]
05) Ze begrijpt pas dat haar collega oneerlijk is. [Elle vient de comprendre que son collègue est malhonnête.]
06) We horen net dat hij een ongeluk heeft gehad. [Nous venons d'apprendre qu'il a eu un accident.]
07) Het is een heel ander verhaal dan wat jij zojuist beweert ! [C'est une tout autre histoire que ce que tu viens de prétendre !]
08) Ik verneem pas dat de twee tennisspeelsters binnenkort een wedstrijd tegen elkaar zullen spelen. [Je viens d'apprendre que les deux joueuses de tennis joueront prochainement un match l'une contre l'autre.]
---------------
Pinterest : Oefening : de o.t.t., het presens + bijwoorden : net, pas, juist / jpeg-formaat
Doctissimo : Exercice : indicatif présent + adverbes : net, pas, juist / format JPEG
Oefening : de o.t.t., het presens + bijwoorden : net, pas, juist / pdf-formaat